Vanaf de eerste celdeling ontstaat er schade in het lichaam. Energieproductie in mitochondriën veroorzaakt reactieve bijproducten. Eiwitten verliezen hun structuur. DNA raakt beschadigd. Cellen maken fouten bij de replicatie.
Dat is normaal. Zonder die processen is er geen leven.
Het verschil tussen een jong lichaam en een ouder lichaam is niet dat er plotseling meer schade ontstaat. Het verschil is dat herstelcapaciteit afneemt. Veroudering begint niet wanneer schade ontstaat.
Veroudering begint wanneer onderhoud achterblijft.
Wanneer beschadigde structuren niet meer volledig worden gerepareerd.
Wanneer versleten onderdelen niet meer efficiënt worden vervangen.
Wanneer herstelprocessen structureel te weinig prioriteit krijgen.
Dat proces is geleidelijk. Maar wanneer onderhoud te lang tekortschiet, ontstaat er functieverlies.
Dat is de kern van veroudering: functieverlies door oplopende schade die ontstaat door falend onderhoud.
Wanneer functieverlies verder oploopt, spreken we van ziekte. Ziekte is dan ook geen los fenomeen. Het is falend onderhoud in versnelling.
Dat verklaart waarom een hoge leeftijd de grootste risicofactor is. Als onderhoud structureel tekort schiet gaat er sneller iets stuk.
Dat brengt ons bij de kern.
Veroudering is falend onderhoud. Ziekte is falend onderhoud in versnelling.
Als we dus iets willen doen aan het tempo waarin we verouderen of we willen de kans op ziekte verlagen dan is de eerste vraag waarom dat onderhoud faalt?
Wat verandert er dan precies in ons lichaam?

